taal spelling

Spellen - hoe ga je ermee aan de slag?

 

Wat is spellen?

Spellen is het benoemen van de letters (en niet de klanken) van een woord. Door te spellen leer je uit welke letters een woord is opgebouwd. Omdat je altijd iedere letter apart zegt, is het aantal letters dat je zegt, gelijk aan het aantal letters dat je telt in het woord.

Neem bijvoorbeeld het woord oom. Dit wordt gespeld als o - o - em. Je ziet drie letters, je zegt drie letters.

Bij het spellen gebruiken we altijd de namen van de letters uit het alfabet. Op de pagina Alfabet van deze site kan je daar uitgebreidere informatie over vinden. Als een basiswoord goed bekend is, kan je het gaan uitbreiden door er medeklinkers voor te zetten.

Letters en klanken

Tijdens het spellen leer je langzaam maar zeker het verband tussen een letter en zijn klank. Je leert dat sommige letters altijd hetzelfde klinken, zoals de letter m: deze klinkt altijd als [m].

Sommige letters hebben echter meerdere klanken. Zo klinkt de letter d als [d] wanneer er een klinker achter staat, maar als [t] als er geen andere letter of een medeklinker achter staat. De klinkers a, e, i, o, u kunnen zowel lang als kort klinken, afhankelijk van de medeklinkers eromheen.
Soms zorgt een combinatie van letters voor een nieuwe klank, bijvoorbeeld de letters o en e klinken samen als oe.

Door steeds moeilijkere woorden te spellen, komen alle mogelijkheden aan bod, en leer je ook de logica achter het vormen van bepaalde klanken.

Aan de slag met spellen

In het onderstaande filmpje heb ik een indruk gegeven van de manier waarop je met spellen aan de slag gaat. 

Allereerst heb je materiaal nodig om te spellen. Ik gebruik altijd een alfabetkaart om een letter op te kunnen zoeken die iemand nog niet beheerst. Verder heb je een letterdoos (of losse letters) nodig (ik heb inmiddels een aantal verschillende) waar alle letters apart op een blokje staan. Ten slotte gebruik ik allerlei spelmateriaal, zoals kaartjes met woorden, maar ook kwartetten, pizzapunten (waar woorden op staan), woordspelletjes, etc. Voor mensen die uit het buitenland komen, gebruik ik ook veel plaatjes. Daarmee doen we spelletjes, zoals race tegen de klok, wie heeft het eerste zijn pizza vol, wie kan het meeste woorden maken uit een lang woord, ... Natuurlijk hangt het spelletje af van wie er meedoen.

In het filmpje zie je hoe het alfabet wordt opgezegd. Je hoort met name in het begin dat dit een beetje op de wijs van het alfabetliedje wordt gedaan. Als je bij de k, l, m komt, verdwijnt dit, omdat ze de letters niet zo snel kan aanwijzen. Het is van belang dat alle letters duidelijk bij naam worden genoemd!

Daarna gaan we aan de slag met de basiswoorden. Bij het maken van de woorden gebruiken we ook veel termen als voor, achter, eerste, laatste om duidelijk te maken dat we woorden van links naar rechts lezen. Dit is vooral van belang voor iedereen die deze termen nog niet goed beheerst. We proberen iedere keer van het woord dat op tafel ligt een nieuw woord te maken, door letters weg te halen en toe te voegen. Als alle woorden met oo (oog, ook, oom; let op: oor laat je nog even weg, omdat de oo daar iets anders klinkt!) bekend zijn, ga je van ook naar aak door de twee o's weg te halen en twee a's toe te voegen. Vervolgens kan je de woorden beginnend met dubbel aa behandelen. Bespreek ook steeds de betekenis van het woord.

In het volgende onderdeel van de film zie je een race tegen de klok met de woordkaartjes. Zo'n race kan je ook samen doen: daarbij zegt de een het woord en moet de ander het spellen, of de een spelt en de ander moet het woord zeggen.

Tot nu toe hebben we steeds gespeld op basis van losse woorden. We willen uiteraard toewerken naar het lezen van zinnen uit een boek. Als je in een boek leest als onderdeel van de les, moet je de eerste keer de woorden gaan spellen. In het filmpje zie je hier een voorbeeld van. In principe doe je dit spellen alleen de eerste keer dat je een nieuw stukje leest. Daarna ga je het stukje gewoon lezen. Uiteraard mag dit zo snel al de leerling kan. Denk er wel aan dat je er pas een wedstrijd van maakt als je weet dat er geen fouten meer komen: de leerling moet succes proeven.